Optimaal instellen

“Mijn arts zegt dat mijn bloedwaarden ‘goed’ zijn, dat de klachten niet van de schildklier kunnen komen …”.

Deze opmerking horen wij erg vaak. Sommige mensen blijven klachten houden, ook al zijn hun bloedwaarden binnen de ‘normaalwaarden’. Zij gaan terug naar hun arts, maar komen niet verder. En dat is erg jammer want de klachten hebben vaak een grote impact op het dagelijks leven.

Feit is dat slechts de eerste fase van het instellen klaar is als de TSH (en FT4) ongeveer binnen de normaalwaarden vallen. Het is belangrijk om bij aanhoudende klachten door te gaan met het verfijnen van de dosering. Internist-endocrinoloog prof. Robin Peeters (Erasmus MC, Rotterdam): “Een juiste instelling op schildklier-medicatie luistert nauw. Belangrijk hierbij is dat er grote verschillen zijn tussen patiënten. Wat een goede instelling is voor de ene patiënt, hoeft dit niet te zijn voor de andere patiënt.”

Vanwege de grote impact van het niet goed ingesteld zijn op medicatie heeft SON ‘Optimaal instellen’ tot een speerpunt gemaakt. In 2018 was Optimaal instellen het thema van de Week van de Schildklier. De animo voor de bijeenkomsten in het land was enorm, voor de meeste mensen was de informatie over het finetunen van de dosering een eye-opener. De folder Optimaal instellen wordt zo breed mogelijk verspreid, ook onder artsen en verpleegkundigen. Want zij moeten tenslotte wel bereid zijn om verder te puzzelen met de dosering om zo, samen met de patiënt, te komen tot het meest optimale resultaat.

Ook voor 2020 staat optimaal instellen op de agenda van SON.