De behandelend arts zal op diverse manieren trachten zich een beeld te vormen van de (schildklier)aandoening om een juiste diagnose te kunnen stellen.

Radiologische onderzoeken

U kunt verwezen worden naar een radiologische afdeling voor een afbeeldend onderzoek van de schildklier. Dit kan bijvoorbeeld zijn een echogram, een röntgenfoto of een scintigram. De keuze van het type onderzoek is onder andere afhankelijk van de mogelijke schildklieraandoening, het al dan niet kunnen gebruiken van contrastvloeistof en de mogelijkheid jodium op te kunnen nemen in de schildklier.

Echografie

Een echografie is een afbeeldend onderzoek en met dit onderzoek wordt de schildklier zichtbaar gemaakt door geluidsgolven en de grootte van de schildklier bepaald. Ook zijn afwijkingen op deze manier op te sporen. Van eventuele knobbels is bijvoorbeeld te zien of ze vocht bevatten (=cyste) of dat er sprake is van abnormaal weefsel.

schildklierscan

De patiënt ligt bij het onderzoek plat op de rug met een kussen onder de nek. Het te onderzoeken gebied wordt met contactgel ingesmeerd. De gel zorgt voor de geleiding van de geluidsgolven.

Het onderzoek is pijnloos en is niet gevaarlijk (er wordt geen straling gebruikt).
Een nadeel van dit type onderzoek is dat het hebben van knobbeltjes vaak voorkomt en volkomen onschadelijk is.

Röntgenfoto

Een röntgenfoto laat zien of een struma (= vergrote schildklier) de luchtpijp weg- of dichtdrukt.
De patiënt staat of zit hierbij voor het röntgenapparaat.
Eventueel kan tijdens het maken van de foto een contrastvloeistof worden toegediend.
Dit is over het algemeen niet pijnlijker dan bloedprikken.

Het röntgenapparaat geeft weinig röntgenstraling af en geeft geen beschadiging van ander weefsel.

 Scintigrafie

Schildklierscintigrafie is een pijnloos onderzoek waarbij de schildklier wordt afgebeeld.

Dit onderzoek wordt gedaan met het inspuiten van contrastvloeistof, om aandoeningen aan zachte weefsels in het lichaam zichtbaar te maken. Bij scintigrafie is de contrastvloeistof een kleine hoeveelheid radioactief gemerkt jodium of technetium.

Actieve schildkliercellen nemen dat gemerkte jodium of technetium op. Korte tijd na het inspuiten van het gemerkte jodium of technetium wordt de patiënt voor een camera geplaatst met de kin op een steun. Vervolgens wordt een soort ‘foto’ (= scintigram) van de schildklier gemaakt.

Bij de ziekte van Graves zijn alle schildkliercellen actief en licht de schildklier meestal op in de vorm van een vlinder. Bij één of meer actieve nodussen lichten vaak alleen die nodussen op. Bij een thyreoïditis (ziekte van Hashimoto) is soms niets te zien op het scintigram. De oorzaak van de hyperthyreoïdie, die vaak zonder scintigrafie vastgesteld kan worden, bepaalt de behandeling.

CT-scan

De afkorting CT staat voor computertomografie waarbij gebruik gemaakt wordt van röntgenstraling en een computer voor de beeldvorming. Het CT-scanapparaat heeft een ronde opening waarin een beweegbare tafel heen en weer beweegt. Terwijl de tafel verschuifd maakt het apparaat een serie foto's.
Bij een CT-scan kan gebruik worden gemaakt van contractvloeistof. 

MRI-scan

Een MRI (Magnetic Resonance Imaging) vormt beeld door het gebruik van magneetvelden, radiogolven en een computer. Tijdens het onderzoek ligt u in een soort koker en omdat het apparaat lawaai maakt krijgt u ook oordopjes in of de gelegenheid eigen muziek te beluisteren. Ook bij een MRI-scan kan contrastvloeistof worden gebruikt. 
Omdat bij een MRI-scan voor een duidelijk beeld en dwarsdoorsnede van de schildkllier geen contrastvloeistof nodig is, wordt bij de verdenking op schildklierkanker de voorkeur gegeven aan een MRI boven een CT-scan. Het gebruik van radioactief jodium kan de behandeling van schildklierkanker hinderen.

Meer informatie: