Schildklier en (tekorten) vitamines, mineralen

Bij gebruik van gezonde en gevarieerde voeding is er geen reden om supplementen (vitaminen en mineralen) aan te bevelen aan mensen met een schildklieraandoening.

Aanhoudende klachten, zoals vermoeidheid, haaruitval, licht in het hoofd of concentratieproblemen, kunnen veroorzaakt worden door andere (auto-immuun)ziekten. Sommige daarvan leiden tot tekorten aan vitaminen of mineralen. Hieraan wordt aandacht besteed onder de rubriek ‘Wanneer (extra) vitamines/mineralen gebruiken’ (zie verderop).

Ga naar de startpagina Voeding en lees meer over Schildklier en voeding

Innemen schildklierhormoon en supplementen

Neem levothyroxine altijd in op een nuchtere maag dat is belangrijk voor de opname van het medicijn. Dus neem extra tabletten, pillen en poeders, drankjes of supplementen nooit tegelijkertijd in levothyroxine.

Voor magnesium, ijzer en andere mineralen geldt dat er 4 uur tussen inname moet zitten. Multivitaminen bevatten vaak ook mineralen houdt daar rekening mee.

Besef dus dat onschuldig lijkende supplementen, kruiden en vrij te verkrijgen medicijnen problemen kunnen opleveren door onderlinge interactie.

Controleer dit of vraag na bij je apotheek welke medicijnen, supplementen enz. je wel en niet tegelijkertijd met je medicatie kunt innemen.

Meer lezen over het goed innemen van levothyroxine

Wanneer (extra) vitamines/mineralen gebruiken?

Vitamine B12

Vitamine B12 is onder meer belangrijk voor de aanmaak van rode bloedcellen en voor een goede werking van het zenuwstelsel.

Bij patiënten die goed zijn ingesteld op schildklierhormoon en toch klachten houden kan het zinvol zijn om de vitamine B12 te controleren. Patiënten met een auto-immuun schildklieraandoening hebben een (licht) verhoogde kans op andere auto-immuunaandoeningen zoals een vitamine B12 tekort.

Lees meer

Vitamine D

Vitamine D is belangrijk voor botten en tanden, een goede functie van de spieren en het speelt een rol bij het immuunsysteem. De meeste vitamine D wordt door ons lichaam zelf gemaakt met behulp van zonlicht.

Ouderen, mensen met een getinte huid en jonge kinderen krijgen het advies extra vitamine D als supplement te gebruiken. Meer hierover is te lezen op thuisarts.nl.

Een recent onderzoek heeft laten zien dat bij een groep patiënten met een schildklieraandoening een lagere vitamine D spiegel gevonden wordt dan bij een controlegroep. De oorzaak is nog niet duidelijk. Het is wel belangrijk als er sprake is van een tekort aan vitamine D dit met tabletten aan te vullen. In Schild van september 2019 is aan dit onderzoek aandacht besteed.

IJzer

IJzer is belangrijk voor de aanmaak van hemoglobine een onderdeel van rode bloedcellen. Bij ijzertekort kan er niet genoeg hemoglobine gemaakt worden en ontstaat bloedarmoede. Een van de klachten bij bloedarmoede is vermoeidheid.

IJzer zit in dierlijke en plantaardige producten. IJzer komt voor in twee vormen. De vorm die in dierlijke producten zit kan gemakkelijker in de darmen worden opgenomen. Vitamine C zorgt ervoor dat het ijzer uit plantaardige producten beter kan worden opgenomen. Fruit eten bij de maaltijd is gunstig voor de ijzeropname.

IJzertekort kan ontstaan door bloedverlies (menstruatie of inwendig bloedverlies) of door slechte opname in de darm door een ontsteking (bijv. bij coeliakie, een auto-immuunaandoening). IJzertekort wordt ook regelmatig gezien bij mensen met een schildklieraandoening.

Meer lezen over bloedarmoede op Thuisarts.nl

Selenium

Selenium is een belangrijk antioxidant dat in veel voedingsmiddelen te vinden is. Het zorgt ook voor een goede werking van de schildklierfunctie. Selenium zit zowel in dierlijke als plantaardige producten. Een seleniumtekort komt in Nederland vrijwel niet voor. Het is bijna niet mogelijk te veel selenium door voeding binnen te krijgen. Uitzondering paranoten, deze kunnen veel selenium bevatten. Bij 5 paranoten per dag blijf je onder de veilige grens.

Selenium blijkt volgens diverse onderzoeken een beschermende werking te hebben tegen het ontstaan van auto-immuun schildklieraandoeningen, schildklier-antistoffen te verlagen en de klachten bij de oogziekte van Graves te verbeteren. Maar er zijn ook onderzoeken die dit tegenspreken.

Baat het niet, schaadt het niet?

Sommige vitamines en mineralen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid als je er langere tijd te veel van neemt. Daarom is voor een aantal vitamines en mineralen een maximale hoeveelheid vastgesteld. Er zijn supplementen te koop die te veel vitamines bevatten. Een voorbeeld daarvan is vitamine B6. Te veel vitamine B6 veroorzaakt schadelijke effecten (zenuwschade).

Meer lezen op de website van het Voedingscentrum

Onverwacht effect van een vitamine

Biotine

Biotine kan de testresultaten van schildklierfunctietesten beïnvloeden (TSHFT4 en FT3). Door onjuiste testresultaten kun je een verkeerde dosis van levothyroxine krijgen voorgeschreven. 

Biotine is ook wel bekend als vitamine H, vitamine B7 of B8. Deze vitamine kan ook in multivitamines of supplementen voor haar, huid en nagels zitten. Meestal staat het dan vermeld op de verpakking.

Een praktisch advies.
Zit er minder dan 300 microgram biotine in je vitamine-tabletten, neem ze dan pas nadat je bloed hebt laat prikken voor TSHFT4 en/of FT3. Zit er veel meer biotine in je tabletten (5000 tot 10000 microgram dat is hetzelfde als 5 tot 10 milligram) wacht dan na inname van de laatste tablet 3 dagen voordat je bloed laat prikken.

Lees ook over kruiden Cannabis- en CBD-olie

Lees meer

  • Voedingscentrum
  • Hu, S., Rayman, M.P. (2017). Multiple Nutritional Factors and the Risk of Hashimoto’s Thyroiditis. DOI: 10.1089/thy.2016.0635
  • Een groot deel van de Nederlandse bevolking heeft een tekort aan vitamine D. Schild september 2019
  • Voeding vitaminen en mineralen en schildklieraandoeningen. Schild maart 2016
  • Hu, S., Rayman, M.P. (2017). Multiple Nutritional Factors and the Risk of Hashimoto’s Thyroiditis. DOI: 10.1089/thy.2016.0635
  • Eskes, S.A., Endert, E., Fliers, E., Birnie, E., Hollenbach, B., Schomburg, L., Köhrle, J., Wiersinga, W.M. (2013). Selenite supplementation in euthyroid subjects with thyroid peroxidase antibodies.  DOI: 10.1111/cen.12284.