Veelgestelde vragen

Medicijnen
Wanneer kan ik het beste bloed laten prikken

De beste keuze is of ’s morgens vroeg nuchter prikken of tenminste vier uur aanhouden tussen slikken en prikken. Slik je naast levothyroxine ook liothyronine kies dan een vast moment om te prikken.

Lees meer bij Wanneer kan ik het beste bloed laten prikken? >>


Medicijnen
Hoe lang na een verandering in de dosis van mijn medicatie moet ik prikken?

Na 6 weken zijn de waarden in je bloed stabiel. Dus pas na minimaal 4, maar liefst na 6 weken weer prikken. Na 8 weken prikken is ook niet ongewoon. Het effect van een verandering van de dosis kan soms nog langer duren dan in het bloed te zien is.

Waarom moet zo lang worden gewacht? Dat komt door de lange halfwaardetijd (7 dagen) van T4.

Lees meer bij Wat is de halfwaardetijd?


Medicijnen
Bij welke bloedwaarden ben ik goed ingesteld?

In de eerste plaats is dat per persoon verschillend! Er moet altijd gezocht worden naar de persoonlijk beste waarde. De meeste patiënten voelen zich goed bij een laagnormale TSH-waarde, rond de 1 mE/l. De FT4-waarde bevindt zich dan meestal in het bovenste gedeelte van het normaalgebied van uw laboratorium.

Lees meer bij Wanneer ben ik goed ingesteld …? >>


Algemeen
Wat is een auto-immuunziekte?

Een auto-immuunziekte is een ziekte die ontstaat doordat het afweersysteem (ofwel immuunsysteem) in ons lichaam zich abnormaal gedraagt. Normaal maakt het immuunsysteem afweerstoffen tegen schadelijke indringers van buitenaf (ziekteverwekkers). Bij een auto-immuunziekte maakt het systeem echter afweerstoffen tegen een deel van het eigen lichaam.

Als het immuunsysteem antistoffen maakt tegen de schildklier, dan kan dit tot een hyperthyreoïdie (ziekte van Graves/Basedow)of een hypothyreoïdie (ziekte van Hashimoto) leiden.

Lees meer over auto-immuunziekten >>


Algemeen
Zijn alle schildklieraandoeningen auto-immuun?

Niet alle schildklieraandoeningen zijn auto-immuunziekten. Zo is schildklierkanker geen auto-immuunziekte. Maar ook kan een aandoening van de hypofyse zorgen voor te veel of te weinig schildklierhormoon.

Andere voorbeelden van auto-immuunziekten zijn:

  • pernicieuze anemie (een vorm van bloedarmoede)
  • vitiligo (een huidaandoening waarbij pigmentloze vlekken ontstaan)
  • diabetes type 1 (suikerziekte)
  • de ziekte van Addison (ziekte van de bijnierschors)
  • reumatoïde artritis (gewrichtsontsteking)

Hoewel auto-immuunziekten soms in combinatie voorkomen, kunnen we niet zeggen dat de ene ziekte de andere veroorzaakt. De ziektebeelden gedragen zich helemaal onafhankelijk van elkaar. Over het ontstaan van auto-immuunziekten weten we nog niet genoeg. Daardoor kunnen artsen en wetenschappers nog geen medicijnen ontwikkelen die het ontstaan in een vroeg stadium zouden kunnen tegenhouden.

Auto-immuun aandoeningen kunnen in een aantal gevallen worden ontdekt, door het aantonen van specifieke antistoffen in het bloed.

Lees meer over auto-immuunziekten >>


Hypothyreoïdie
Sub-klinische hypothyreoïdie

Subklinische hypothyreoïdie is een toestand met een verhoogde TSH-waarde maar een nog normale FT4-waarde en zonder klachten van hypothyreoïdie.

Lees meer >>


Hypothyreoïdie
Secundaire of tertiaire hypothyreoïdie

Als de oorzaak van de hypothyreoïdie in de schildklier ligt, wordt gesproken van primaire hypothyreoïdie. Als de oorzaak in de aansturing van de schildklier ligt, dan noemt men dat secundaire hypothyreoïdie (hypofyse is de oorzaak) of tertiaire hypothyreoïdie (hypothalamus is de oorzaak). Bij vrijwel alle patiënten is sprake van primaire hypothyreoïdie. Secundaire en tertiaire hypothyreoïdie worden ook wel centrale hypothyreoïdie genoemd, en gaan vaak ook gepaard met uitval van de aansturing van bijnieren en eierstokken/testes.


Hypothyreoïdie
Is hypothyreoïdie erfelijk?

Aangeboren hypothyreoïdie (CHT) wordt soms veroorzaakt door een gen-afwijking, die erfelijk kan zijn, maar dit meestal niet is. De meest voorkomende oorzaak van hypothyreoïdie is echter een auto-immuunreactie tegen de schildklier. Vaak hebben binnen een familie meerdere mensen schildklier- en/of andere auto-immuunziekten. Deze ziektes zijn niet erfelijk, maar de aanleg voor deze ziekten wel. Aanleg wil zeggen dat je er niet ziek van hoeft te worden, ook al heb je de afwijkende genen.

Welke genen verantwoordelijk zijn voor auto-immuun schildklierziekten is (nog) niet bekend.