Subklinische hypothyreoïdie

Behandeling/omgaan met subklinische hypothyreoïdie

De NHG adviseert twee wijzen van behandeling/omgaan met een subklinische hypothyreoïdie.

  • Bij een TSH die lager is dan 6 mU/l wordt er geen behandeling gegeven, maar afgewacht.
  • Bij een TSH die hoger is dan 6 mU/l
    • wordt de TSH én FT4 na 3 maanden wederom gecontroleerd, na 2 keer een afwijkende TSH is er sprake van een ‘officiële’ subklinische hypothyreoïdie
    • wordt de controle gestaakt als de TSH is genormaliseerd;
    • wordt bij een ‘officiële’ subklinische hypothyreoïdie de TSH én FT4 jaarlijks gecontroleerd;
    • wordt de controle op TSH én FT4 gestaakt als er na een aantal jaar geen wijziging/verslechtering optreedt in de bloedwaarden; tot er zich nieuwe en/of een toename van klachten voordoet.

Uiteraard moet er daarnaast ook worden gekeken naar een andere verklaring voor de klachten.

Proefbehandeling

Er zijn geen aanwijzingen dat de behandeling van een subklinische hypothyreoïdie met medicijnen (levothyroxine) aanwezige ‘vage’ klachten verbetert. Desondanks kan er bij een TSH vanaf 6 mU/l, als de patiënt dat wenst en er geen contra-indicaties zijn (botontkaling, ouder dan 85 jaar, hartfalen, etc.), een proefbehandeling van 6 maanden worden gestart om het effect op de klachten te testen. Hierbij zal de huisarts elke 6 weken de TSH en FT4 controleren en de patiënt kan gevraagd worden een klachtendagboek bij te houden.

Zwangerschap bij vrouwen met een subklinische hypothyreoïdie

Tijdens een zwangerschap neemt de behoefte aan schildklierhormoon door het lichaam toe. Gezonde zwangeren kunnen deze verhoogde behoefte zelf ‘produceren’. Een vrouw met een subklinische hypothyreoïdie waarschijnlijk niet.
Vrouwen met een subklinische hypothyreoïdie worden dus sterk geadviseerd om zich bij een zwangerschap(swens) bij de arts te melden, gezien de risico’s die de ontwikkeling van de baby kan lopen bij een hypothyreoïdie van de moeder.

Bron:
NHG – Behandelrichtlijn