‘Ik was depressief van vermoeidheid’

Ik ging op mijn tandvlees de trap op, mijn haar viel uit en ik kreeg geheugenproblemen. Iedere zelfreflectie raakte ik kwijt. Het ging écht mis.’ Jaqueline Aggenbach is pas  moeder en staat aan het begin van haar werkcarrière. Maar alles loopt fout.

Tekst: Nelleke Moot

JAQUELINE AGGENBACH (52)

Werkt als: docent Beeldende Vorming
Hobby’s: koken en de moestuin
Getrouwd met: Camiel (50)

Uitgeput

Als Keri inmiddels twee is, gaat het nog slechter. ‘Ik had spierpijn, RSI-klachten, blauwe plekken die een half jaar bleven  zitten, was vermoeid en steeds banger. Ik had ’s nachts angsten en dwanggedachten. Dan schrok ik wakker en dacht: maar als er niets is na de dood, waar ben ik dan?’  Jaqueline werd ook maar niet zwanger. Dan krijgt ze voor het eerst in haar leven een vast contract, maar ze eindigt kort daarna in de ziektewet. ‘Het was natuurlijk druk. Maar zo moe als ik was, was niet  normaal. Ik kón niet meer.’ Ze komt terecht bij een haptonoom. Daar voelt ze hoe ver-schrikkelijk uitgeput haar lijf is.

Gesterkt door de haptonomie gaat  Jaqueline terug naar de huisarts. ‘Ik was vastbesloten om mij niet meer met een kluitje in het riet te laten sturen.’ Op haar zesentwintigste liet ze ook al eens bloed  onderzoeken omdat schildklierproblemen in de familie voorkomen. De uitslag was toen goed, volgens de arts. ‘Maar later kon ik door een verhuizing mijn medische  rapport inzien. Bij de bloeduitslagen stond een sterretje: te laag.’ Ook nu stelt haar huisarts haar weer teleur. Hij oppert anti -depressiva. ‘Ik gaf aan dat ik juist depressief was van vermoeidheid.’ Uiteindelijk krijgt ze een doorverwijzing voor een reumato-loog, een internist en een slaaponderzoek.

Jaqueline wacht de uitslagen op vakantie af. ‘Het was een ramp. Ik was bang, hysterisch, had het koud en een slechte conditie. Eigen-lijk wilde ik alleen voor de tent zitten en een boekje lezen. Al het andere was te span-nend en vermoeiend.’ Uiteindelijk volgt de diagnose, negen jaar na haar eerste bloed-onderzoek. Met een TSH van 28 functio-neert haar schildklier nog voor de helft. De arts schrijft schildklierhormoon voor en zegt: ‘We beginnen met een lage dosis,  bouwen het op en na twee maanden ben je ingesteld.’

Halve zinnen

Maar zo makkelijk en snel gaat het niet, zeker niet als je al jaren met klachten rond-loopt. ‘Ik heb in die maanden overgegeven van vermoeidheid. Ik was gezichtsherken-ning kwijt en schreef die zomer vakantiekaarten met halve zinnen die niet af  kwamen.’

Als Jaqueline in de ziektewet belandt, is er eindelijk erkenning dat er fysiek iets aan de hand is en komt de vermoeidheid er in volle hevigheid uit. ‘Ik kon ’s ochtends twee uurtjes iets doen. Dat was het.’

Terwijl ze nog niet goed is ingesteld, wordt Jaqueline zwanger van Job. ‘Ik kwam in de WAO en kon wel terugkomen op mijn werk, op een flexplek. Maar chaos was de vijand. Het ging me niet lukken om te functioneren in een omgeving die steeds anders is. In mijn werk met mensen kon ik me die wisse-lende stemmingen en het gezwabber met energie niet permitteren. Dus heb ik mijn baan opgezegd.’

Verfklodders

Inmiddels gaat het beter met Jaqueline, maar het is niet altijd duidelijk waar  klachten vandaan komen. Zo vroeg ze zich onlangs nog af of haar klachten kwamen door een borstontsteking waarvan ze herstelde, door de overgang, of toch door de schildklier. ‘En jawel, het was weer raak.’  Afgelopen jaren was ze vier keer hyper: na de dood van haar moeder; toen Thyrax overging op de blisterverpakking; na de overstap vanwege het Thyrax-tekort; en toen ze een maand per ongeluk te veel slikte omdat het etiket van een potje af was.’

‘Ik vaar het beste op rust en regelmaat, ook al zit ik van nature niet zo in elkaar’

‘Tijdens het schilderen vlogen dan de klodders door de kamer, maar ik had het niet door. Je voelt je dan wel vervelend, maar alles is druk en hectisch. Vervolgens neem je meer hooi op je vork. Je leven en je schildklierwerking versterken elkaar. Je moet daarom heel goed in contact met je lijf staan, zonder daarop gefixeerd te raken. Daar heb ik echt mijn omgeving bij nodig. Die signaleert dat het weer mis is en ondersteunt me.’

Innerlijke strijd

Na een herkeuring pakt Jaqueline kleinere projecten op. Ze begint Vuurvogels, een  bedrijf in kinderkunstprojecten en creatieve coaching. Ze start haar derde Hbo-oplei-ding en studeert zonder vertraging af als eerstegraads docent beeldende vormgeving. Nu werkt ze als zzp-er in het kunst- en cul-tuuronderwijs. ‘Ik ben trots dat Camiel en ik ondanks alles nog samen zijn. En ik ben trots op onze twee fantastische kinderen. Ik sta mezelf ook steeds meer toe om te doen wat ik het allerleukste vind, want dáár krijg je de meeste energie van. En tja … ik vind mezelf het meest geslaagd als ik een vol-waardig lid van de maatschappij ben, die geld in het laatje brengt. En dat bijt soms met mijn creatieve aspiraties en de ruimte die ik daarvoor wil nemen.’

Jaqueline ervaart dat ze het beste leeft vol-gens het ritme van de dag, de week, het  seizoen. ‘Die ratrace van alles om je heen wat nooit ophoudt, is eigenlijk niet goed. Ik vaar het beste op rust en regelmaat, ook al zit ik van nature niet zo in elkaar.’

‘Het is een levenslang proces om te accepteren dat je nooit volledig kunt functioneren. Ik moet áltijd een buffer inbouwen. Het liefst ben ik een betrouwbare partner, vriendin en werknemer, en maak ik de verwach-tingen waar. Er is echter altijd een stuk waar ik geen vat op heb. Dat maakt dat ik maar voor 80 procent betrouwbaar ben. Terwijl mijn enthousiasme boven de 100 procent ligt. Dat zal altijd lastig blijven.’